zaterdag 2 juni 2018

Frank Gehry in Düsseldorf



Donderdag 31 mei is een feestdag in Duitsland. Alle gelegenheid om redelijk ongestoord door de Medienhafen te lopen, de hippe kantoorwijk in het oude havengebied van Düsseldorf, wereldberoemd om de bijzondere stedenbouwkundige aanpak, met vooruitstrevende architectuurontwerpen. De ontwikkeling van het gebied is nu zo’n vijfentwintig jaar aan de gang en is nog lang niet afgerond, er wordt nog steeds gebouwd, en even verderop zijn ze net begonnen aan de sloop van oude fabrieken, loodsen en andere havengebouwen. 

De drie 'dansende' gebouwen van mijn favoriete architect Frank Gehry aan het Neuer Zollhof trekken de aandacht. En zo hoort het ook, zal showman en 'star architect' Gehry zeggen. Het met staal beklede gebouw in het midden van de 'architectonische sculptuur' ziet er twintig jaar na de oplevering nog redelijk goed uit, maar het pleister van het gebouw rechts ernaast is al weer toe aan een flinke opknapbeurt.. (klik op de foto's voor een grotere afbeelding).

Neuer Zollhof (1999)
(baksteenbekleding)

Neuer Zollhof 
(vensters zijn gelijk aan de andere twee gebouwen, bekleding van roestvrij staal)
Neuer Zollhof
(pleister bekleding)
Medienhafen, links Haus for dem Wind (2007) (met de typische vorm van een bolstaand zeil)
 (ontwerp van Zamp Kelp) in het midden DOCK van Jo Coenen, rechts SIGN en het Colorium
 Colorium (2001) van William Alsop
 PEC (in goed Duits: Port Event Centre) (2003) 
Wansleben architecten

 Hyatt Hotel (2008)
Architect SOP (Slapa/Oberholz/Pszczulny)
 Pebble’s bar Hyatt Hotel (2011) (SOP)
(hout constructie bekleed met stalen strips)

DOCK (2002)
Jo Coenen

Stadttor (1998)
Architect Overdiek Petzinka & Partner
 Stadttor met Rheinturm (1979) (architect Harald Deilmann)
WDR studio's (1991) (Parade architekten)
Stadttor (vanuit een andere hoek)
SIGN (2010)
architect Murphy & Jahn
over tien jaar staan hier ook hippe kantoorflats
(en wie weet, duurzaam &klimaatneutraal)















vrijdag 1 juni 2018

Matt Andersen & Port Cities in het Savoy Theater, Dusseldorf


Over de Canadese singer/songwriter Matt Andersen heb ik het hier al vaak gehad, ik ben een groot fan van hem en probeer minstens een keer per jaar een concert van hem te bezoeken. Wanneer hij Nederland op zijn tour overslaat zoek ik hem elders op; tijdens een blues festival in Fredericton, New Brunswick, Canada, tijdens Duvel Blues in Puurs, België, of zoals afgelopen woensdag in een filmtheaterzaal in Düsseldorf, Duitsland. De foto's heb ik gemaakt met een eenvoudige sony camera, kwaliteit is mwah, klik op de foto's voor een grotere afbeelding.  

Matt Andersen, Savoy Theater, Dusseldorf

Het Savoy Theater aan de Graf Adolf Strasse was voor zo’n twee derde gevuld, 350 man in een zaal voor 550, Matt Andersen is ten slotte voor het eerst in Düsseldorf, maar het gemêleerde publiek reageerde behoorlijk enthousiast. Dat wil zeggen, voor zover Duitsers zich enthousiast durven te tonen. Anders dan de Parijzenaren die een paar weken terug Beth Hart in het Palais des Congres zo hartstochtelijk toejuichten is het Duitse publiek doodstil, tot een nummer is afgelopen, dan volgt een keurig applaus, gaandeweg de avond komt daar wat gejoel en geroep bij.

Pas tijdens de laatste nummers komt de zaal los. Dan zijn inmiddels de drie piepjonge muzikanten van Port Cities, de band uit het voorprogramma, terug op het podium, om samen met Matt Andersen een paar klassieke covers te jammen. Het plezier straalt er van af, niet alleen bij de jonge gasten, het is vooral Matt Andersen die volop staat te genieten (hij is met zijn ruim honderdzestig kilo (schat ik in) gaan staan, de stoel aan de kant). Hij bepaalt uiteraard hoe de jamsessie verloopt maar geeft tijdens Neil Youngs Helpless, door Andersen aangekondigd als een ‘Canadian Classic’, de twee meest talentvolle leden van de groep alle ruimte. 
 Breagh MacKinnon
Toetsenist en zangeres Breagh MacKinnon moest het nog doen met een beschaafd applausje maar gitarist Dylan Guthro kreeg zijn eerste bluesconcertwaardig open doekje voor zijn gitaarsolo, waar Neil Young ongetwijfeld ook bij zou hebben geglimlacht. En ja, cliché natuurlijk, maar het is heerlijk om die jonge gasten bezig te zien met muziek van ver voor hun tijd. Helpless is uit 1969, de andere klassieke cover, Stand by Me van Ben Earl King komt uit 1961, toen waren hun ouders zelf nog piepjonge gasten..

Carleton Stone en Dylan Guthro (rechts)

De bandleden van Port Cities (vernoemt naar hun standplaats Halifax, denk ik) behalve Breagh MacKinnon  en Dylan Guthro (zoon van singer songwriter Bruce Guthro) zanger en tweede gitarist Carleton Stone, een beetje sneuig, naast Guthro en Andersen, maar hij vangt dat sportief op door de sambaballen te hanteren, in plaats van de gitaar en laat het solowerk wijselijk over aan collega bandlid Guthro. De drie eind twintigers komen uit Nova Scotia, de meest oostelijke provincie van Canada; twee van hen komen uit Sydney, een stadje op het eiland Cape Breton, misschien niet toevallig tegenwoordig ook de woonplaats van Matt Andersen (z’n vriendin woont daar, las ik ergens in een Canadese krant).

Tijdens de korte Duitse tournee van Andersen met de jonkies van Port Cities als voorprogramma, zijn ze onderweg samen wat gaan repeteren (Port Cities blijft nog iets langer, voor een eigen tour, zie hun site). Dat heeft een paar mooie nummers en prachtige momenten opgeleverd. Ongetwijfeld heeft Andersen de muzikanten voorgesteld een beetje te gaan jammen tijdens de laatste twintig minuten van zijn set. Hij doet niets liever, dat zie je ook in zijn samenwerking met The Mellotones en the Bona Fide.
Breagh MacKinnon kwam al eerder terug het podium op voor de pianobegeleiding van I’m Giving In, een nummer dat Andersen weinig uitvoert, simpelweg omdat hij zelf geen piano speelt (anders dan het youtube filmpje van dit nummer doet vermoeden) en heel soms speelt hij zijn gitaarversie, zoals in Amer, een paar jaar geleden. Deze I'm Giving In zong Matt Andersen alleen, zittend op zijn stoel, de gitaar werkloos op zijn buik, met het toetsenwerk van Breagh MacKinnon, keurig binnen de lijntjes van de melodie. (zie ook een kort filmpje op het twitteraccount van Andersen van een repetitie, met Matt liggend in een stoel en Breagh aan de piano, in een kleedkamer ergens onderweg).
 I'm Giving In - Matt & Breagh MacKinnon
Hoop dat MacKinnon snel de schroom van zich af werpt, ze kan veel meer, en beter, als ze durft te spelen, ipv binnen de lijntjes blijven. The blues vraagt iets anders van een muzikant dan liedjes spelen.. Daar weet Andersen alles van, die heeft dat zelf ook moeten ontdekken.

De eerder genoemde versie van Helpless speelde Andersen samen met Port Cities naar eigen zeggen voor het eerst voor publiek, ik vond het prachtig. Vooral ook door de bezieling van de jonge spelers, zichtbaar blij en trots dat ze mee mogen doen, en het zichtbare plezier van Andersen. Neil Youngs klassieker zal de laatste dagen van hun gezamenlijke tour deel blijven uitmaken van de setlist, lijkt me.
 
En het optreden van Matt Andersen zelf? Ouderwets op dreef, de bekende nummers, hoewel niet één van mijn favorieten, dat was wel bijzonder. Blijkbaar is ie het zat om So Gone Now of She Comes Down of Bold & Beaten te spelen, of zijn versie van With a Little Help From my Friends (voor het laatst gehoord tijdens Moulin Blues 2016). Maar hij speelde wel weer zijn versie van Ain’t no Sunshine (van Bill Withers uit 1971) dat Andersen al zeker tien jaar op zijn repertoire heeft en dat hij steevast inleidt met de opmerking dat, tot zijn frustratie, hij zijn grootste hit jammer genoeg niet zelf heeft geschreven. Maar zijn versie blijft uniek en bijzonder, hij houdt al tien jaar lang die laatste goes (van anytime she goes away) een halve minuut aan, tot grote verbazing van elk nieuw publiek en de blije herkenning (hij kan het nog) van hardcore fans als ik.

Ain’t no Sunshine

 Tussen al het bekende werk door speelde hij overigens ook één nieuw nummer, een voorproefje van zijn nieuwe album dat ergens in het najaar moet uitkomen. Een ballad, iets over verlangen en liefde (joh). De titel is me namelijk ontschoten.. we gaan het horen, over een paar maanden.

Devils Bride

Na afloop een serieuze rij bij de merchandise, waar veel vinyl versies van zijn laatste albums werden verkocht, meer dan cd’s, die zijn blijkbaar nu echt verleden tijd. En nee, ik heb niks gekocht en niet alleen omdat ik geen platenspeler meer bezit en al mijn vinyl heb weggegeven. Ik luisterde zijn laatste album, Live at the Olympic Hall (een community centre in Halifax, Nova Scotia) op Spotify en ben er eerlijk gezegd niet kapot van, ik heb in de loop van de jaren wel betere live versies van hem gehoord, ook met de Mellotones. Zoals de prachtige versie van So Gone Now  (Moulin Blues 2016) alleen te horen via de Blues Radio, helaas niet meer op verzoek, en de zender is alleen nog te beluisteren via de computer sinds ze de internetradiostream via Reciva in Londen hebben gestopt.  

Daarna nog naar het legendarisch blues&jazz café Em Pootzke in de Altstadt van Düsseldorf; met het optreden van Monty Meerstein Express was het alsof ik de wereld van Sjakies Jazzcafé binnenstapte, een jazz & bluescafé uit de jaren ’70 en ’80, aan de Kromboomsloot in Amsterdam. Het café bestaat al lang niet meer, toen de eigenaar stierf werd de zaak gesloten.
Monty Meerstein  Express in Em Pootzke
De muzikanten van het zooitje ongeregeld onder leiding van gitarist Monty Meerstein spelen gipsy crossover blues en deden dat in de achterkamer van café Em Pootzke in een net zo kleine als rommelige setting als in dat lang vergeten jazzcafé, veertig jaar terug, aan de Amsterdamse Kromboomsloot. Rommelig volk, beetje aan de rand of er al overheen, een enclave tussen de massa meedogenloos hippe schaars geklede tieners die zich ’s nachts verzamelen in de nauwe straten van de Altstadt.

Verder veel kunst en architectuur in Düsseldorf, de stad is hip en booming, daarover later wellicht meer.  

 Frank Gehry, Neuer Zollhof, Dusseldorf