zaterdag 10 augustus 2019

John Zorn in Centro Kursaal, San Sebastian

De Amerikaanse componist John Zorn trekt al een paar jaar de wereld rond met een club jazzmusici die zijn 'Bagatelles' uitvoeren. Ze waren onlangs op NSJ hier in Rotterdam, waar Marathon I en II op twee achtereenvolgende avonden werden gespeeld. Nu mijd ik dat NSJ tegenwoordig als de pest, je kunt er niet normaal rondlopen, het is de Koopgoot op zaterdagmiddag waar het publiek op de Lijnbaan en de Coolsingel tegelijkertijd ook nog eens doorheen wordt gejaagd.
Maar gelukkig traden Zorn en zijn musici ook op tijdens het Jazzaldia festival in het Kursaal in San Sebastian. En daar was ik net toevallig in de buurt.
Ik zag in de grote zaal van het Kursaal, prachtig gelegen aan het strand van de golf van Biskaje, de Bagatelles Marathon II  met achtereenvolgens, zonder pauze, het Nova Quartet (John Medeski piano, Kenny Wollesen vibrafoon, Trevor Dunn op bas, Joey Baron op drums), het gitaarduo Gyan Riley en Julian Lage, het Brian Marsella Trio (met behalve Brian Marsella, piano, opnieuw Trevor Dunn op bas en Kenny Wollesen op drums), de Japanse Ikue Mori achter de laptop met de Electronic Bagatel, vervolgens een groep jazzmusici rond pianiste (en componist) Kris Davis (met Mary Halvorson op gitaar, wat een merkwaardig mens is dat, Drew Gress op bas en opnieuw Kenny Wollesen op drums), daarna een trompetsolo van Peter Evans, die de meest waanzinnige geluiden en ritmes uit zijn trompet kan persen, zoiets heb ik nog nooit meegemaakt, en tot slot Asmodeus (Marc Ribot, gitaar, Trevor Dunn, bas, Kenny Grohowski op drums) met een enorme bak teringherrie, gedirigeerd door de componist zelf, het klonk mij als een soort Zappa Revisited, maar dan nog eens honderd keer harder.
Nova Quartet 
Ikue Mori
Kris Davis cs
Peter Evans
Asmodeus
Voor het menselijk oor was die finale act totaal ongeschikt, tenzij je graag en snel doof wilt worden. Maar indrukwekkend was het zeker, niet alleen de slotact, de hele avond, met al die waanzinnig goeie, gedreven musici die het werk van Zorn alleen maar kunnen uitvoeren door hun muzikale grenzen op te zoeken om daar, op verzoek van de componist, nog eens over heen te gaan. En het plezier spatte er van af. Wat mij betreft een van de meest indrukwekkende jazz gebeurtenissen van de laatste jaren.

John Zorn ontving voor aanvang van het concert uit handen van de directeur van het festival, de 2019 Donostiako Jazzaldia Award  voor zijn toonaangevende rol in de ontwikkeling van de moderne jazzmuziek.

maandag 8 juli 2019

Mancha Mancha in de Doelen

Vandaag in de Jurriaanse zaal in de Doelen een paar scenes van Mancha Mancha! opgenomen voor een korte promo.



 De premiere van de opera in november 2020. 

zaterdag 29 juni 2019

Blues on the River

Ik was er niet helemaal zeker van of ik wel met een paar honderd blues fans op een boot over de Maas wilde varen. Eenmaal op het water kun je er immers niet meer af. De Spaanse bluesformatie de Travellin Brothers uit Bilbao gaf de doorslag; we wagen het er op.
the Travellin' Brothers op de Maas (mas, mas, mas)
Ik heb ze eerder gezien op Moulin Blues, in 2016, ook toen al een van de redenen om naar dat bluesfestival in Ospel af te reizen. Ditmaal hoefde ik alleen de Maas over te steken. Partyschip de Ameland vertrok vanaf de Parkhaven.
Vrijdagavond 21 juni, afvaart om acht uur, terug om één uur 's nachts. Vier bands, vijf uur blues. De Ameland heeft op het beneden dek een ruime zaal met podium dat ook vanaf het tussendek bekeken kan worden. Nadeel is dat het geluid daar totaal niet klinkt, dat is beneden in de zaal beter. Maar door alles heen blijft het grommen van de scheepsmotor luid en duidelijk hoorbaar, hoezeer de Dave Chavez band en de Travellin Brothers ook hun best deden. Jon Careaga, frontman en zanger van de Spaanse bluesformatie Travellin Brothers riep na het eerste nummer 'what's that fucking noise out there', de soundcheck was immers aan de kade gedaan. De boot ligt voorlopig niet stil, hij zal door de herrie heen moeten zingen.
Dave Chavez Band 
Ik heb me beperkt tot de twee bands in de grote zaal van de boot; de Living Room Heroes op het te kleine (overdekte) achterdek konden mijn aandacht niet vasthouden en de jonge gasten van Sugar Boy & the Sinners op het bovendek waren alleen te bereiken via een heel klein smal wenteltrapje, de enige toegang en tegelijk ook enige uitweg terug naar beneden, nagenoeg onbereikbaar dus. Sinds de  claustrofobische ervaring in het stampvolle zaaltje van Bitterzoet in Amsterdam, tijdens een optreden van Fantastic Negrito ben ik behoorlijk huiverig geworden om mij in een volgepakte ruimte te laten samenpersen. Helemaal als één heel klein trapje de enige uitgang is.

Bij het inschepen sprak ik Jon Careaga aan en vroeg hem, min of meer voor de grap, of hij Earl Thomas had meegenomen. Niet dus, helaas, 'maybe next time'. Jaja, 'Maybe the next Life' zal ie bedoelen (een hit van Thomas). Earl Thomas is een van mijn favoriete blues zangers sinds zijn optreden op An Evening with the Blues van vorig jaar. De zanger uit San Diego is door Careaga gevraagd het nummer 'A Better Day' mee te zingen op hun laatste album 13th Avenue South, een lekker blues album (luister op Spotify). Maar behalve de fantastische stem van Earl Thomas halen de nummers op het album het niet bij het geweldig energieke live optreden van de mannen uit Bilbao. Blues moet je live horen, ik heb het hier vaker geroepen..
De eerste set verliep nog redelijk rustig, nummers van hun laatste album werden afgewisseld met stevige versies van blues klassiekers. 
In de tweede set, die ruim twee uur duurde, tot aan het aanmeren, ging de zanger helemaal los, klom op de bar, trok zich op aan de balustrade, kuste elke vrouw die te dicht in zijn buurt kwam, zweepte de zaal op en zong de blues alsof zijn leven er van af hing, zoals je de blues wil horen, eigenlijk.. Helemaal goed. 
Tijdens 'A Better Day', nota bene, begonnen een paar zeer dronken leden van de organisatie van de blues boottocht een enorme matpartij, midden tussen het publiek, precies waarom ik eerder mijn twijfels had, wat moet je op een volgepakte boot dronken en aangeschoten Rotterdammers.. Jon Careaga sprong ertussen: stop fighting, stop fighting. Dat werkte, een beetje. Wel grappig om te zien dat de grootste beren onder het publiek, inclusief tattoos en indrukwekkende schouderpartijen, zich afzijdig hielden; dit was duidelijk een afrekening binnen de familiesfeer, niemand wilde zich ermee bemoeien. Careaga gaf de bandleden de opdracht verder te spelen, de twee jongens met zo'n grote V op hun pak kwamen ook nog even polshoogte nemen, de grootste vechtersbazen waren toen al naar elders op de boot afgevoerd. 
zicht op Dordrecht tijdens 'Blues on the River' vrijdagavond 21 juni 2019
Ondertussen zag ik Kinderdijk langskomen, Alblasserdam, en zo verder tot Dordrecht, vanaf daar ging het weer richting Rotterdam via Heerjansdam, Barendrecht, Vlaardingen, Heijplaat, Delfshaven en Katendrecht.. En dat op de langste dag van het jaar, de boottocht was een attractie op zich.

zicht op Dordrecht tijdens 'Blues on the River' 
'Is dit een kanaal of een rivier?' vroeg Jon Careaga. Hij had duidelijk zijn huiswerk niet gedaan (Blues on the River, weet je wel). Toen hij de naam van de rivier hoorde kon hij het niet laten om daar wat Spaanse grappen over te maken: 'Mas, mas mas!!' Dat laatste gold ook voor het stevig swingende  optreden van de Travellin Brothers, Hasta la Vista, ik zie ze graag weer. 
Maar of ik de volgende keer weer op die boot stap, weet ik nog niet.. dat hangt heel erg van het programma af..





dinsdag 11 juni 2019

28.Grolsch Blues Festival in Schöppingen, Duitsland

Curtis Salgado met Band, zondagmiddag in Schöppingen
Dat Duitsers goed bier kunnen drinken in enorme hoeveelheden weten we al heel lang, de plastic pullen Grolsch gaan ook op het festivalterrein in Schöppingen, Münsterland, van één uur in de middag tot middernacht onafgebroken rond. De laatste ronde, om drie uur ‘s nachts, las ik ergens, heb ik niet meegemaakt. Ik heb het festival nagenoeg zonder bier doorgebracht, ik moest rijden. Maar ook van de festivalgasten zullen er niet veel zijn geweest die de laatste ronde bewust hebben meegemaakt want al om zeven uur ’s avonds loopt niet één Duitse bluesbejaarde of oude alternativo nog recht.
Schöppingen, zaterdagmiddag, Biscuit Milller & the Mix
Iedereen zwalk, slingert, waggelt en struikelt in een soort middeleeuwse optocht over het terrein. Vooral in de pauzes, tussen de acts, als op het (enige) podium de nieuwe set wordt opgebouwd trekt er een parade idioten voorbij, ik keek mijn ogen uit. De Duitse bluesfans, althans de hardcore types, hebben zich speciaal gekleed voor dit bluesfestival. Of ze lopen er altijd zo bij, dat kan natuurlijk ook. De mannen zijn oud, dik en nogal lelijk (daar ben ik geen uitzondering op) en dragen allemaal een grijze paardenstaart. Die zijn er in alle soorten en maten. De baardgroei wisselt, sommigen hebben plukjes baard in een kralensnoer geregen, anderen hebben alleen zo’n klein grijs plukje onder hun lip. Verder dragen ze allemaal een hoed, ook die zijn er in alle soorten en maten. En ze hebben allemaal een te klein T-shirt aan, zodat hun uitpuilende buik goed te zien is. De T-shirts hebben allemaal een opdruk. Meestal van eerdere festival edities (met de namen van de optredende artiesten op de rug) of gekocht tijdens een eerder bezocht concert, vaak jaren geleden, tijdens een tournee van wie dan ook, meestal van een blues legende of een andere muzikale held. Enkelen dragen een T-shirt uit Nashville, of een andere aansprekende muziekstad in de VS. Sommigen dragen daarbij een leren jack om de oude, ingevallen schouders. Anderen een lange cowboyjas, geschikt voor lange tochten te paard.
Archie Lee Hooker, zaterdagmiddag 
Niemand kwam te paard, ik heb geen paard gezien, alleen twee ezels in een naburig weiland en voor de rest een leger aan campers en caravans. En oude hippiebusjes. Maar die wijde, lange cowboyjassen dus, je weet wel, met zo’n hoge kraag, ken ik uit de wildwest stripverhalen van vroeger. En van feestkleding punt nl. Je kunt daar ook een bijpassende cowboyhoed kopen. De meeste mannen hadden dat ook gedaan.

Southern Avenue, zondagmiddag, met Tierinii Jackson

De vrouwelijke hardcore bluesfans, beduidend minder in aantal, maar idioot genoeg om op te vallen, zijn zonder uitzondering extravagant gekleed, volgens de laatste mode van, schat ik, 1973. De meesten hebben ook tattoos, een enkeling zit helemaal onder.

Met andere woorden, ik heb me in de pauzes van het Grolsch bluesfestival uitstekend vermaakt. Overigens was het de tweede festivaldag, zondag, een stuk gemoedelijker. Het publiek was meer divers, gezinnen met kinderen, veel dagjesmensen zonder blues uitdossing. En de hardcore bluesfans deden het rustiger aan. Nog altijd heel veel pullen bier maar niemand was starnakel.

Je zou bij al dat bierdrinken een enorme chaos en puinhoop verwachten, zoals bij de Nederlandse festivals waar het gelijk vanaf het begin een enorme teringzooi is. Zo niet in Schöppingen, het blijven Duitsers, alles gebeurt op de seconde nauwkeurig, op gras zonder afval en met schone toiletten..   

Enfin, geen Moulin Blues dus, dit jaar, in Ospel. Ik ga ook geen dure blues sterren kijken in Grolloo (waar Curtis Salgado overigens ook optreedt) en het gratis Ribs & Blues in Raalte heb ik ook laten schieten, evenals het gemoedelijke DuvelBlues in Puurs. De keus dit jaar viel op de achtentwintigste editie van het Grolsch bluesfestival in het Duitse plaatsje Schöppingen, in Münsterland, net over de grens bij Buurse, gemeente Haaksbergen, onze standplaats het afgelopen pinksterweekend.

Ik ging voor Fantastic Negrito (zaterdagavond) en Eric Bibb (zondagavond), twee gasten die allebei ook binnenkort in Rotterdam optreden, hier om de hoek nota bene, maar dat wist ik nog niet toen ik de kaarten kocht. Fantastic Negrito speelt 26 juni in LantarenVenster, nog niet uitverkocht, en Eric Bibb komt in oktober naar Rotterdam, wees er snel bij.
 Fantastic Negrito, zaterdagavond
Eric Bibb, zondagavond, bij de soundcheck
Weliswaar moeten er altijd wel een paar favorieten optreden, als reden om naar een bluesfestival af te reizen, maar het prettige aan die tweedaagse festivals is dat er tussen het ‘overige’ aanbod altijd wel een paar aangename verrassingen zitten. Cedric Burnside bijvoorbeeld, jawel, kleinzoon van. Aanstekelijke Mississippi blues, afgewisseld met ruige nummers op de drums, want die speelt Burnside ook, naast de akoestische en elektrische gitaar. Mocht hij ooit in Nederland optreden, ga er heen.
 Cedric Burnside, zaterdagmiddag
Dat advies geldt ook voor de Ghost Town Blues Band  uit Memphis, Tennessee. Een stel jonge gasten met een grote bek, voor het eerst in Europa. Vijfduizend kilometer gereisd om vijf kwartier in Schöppingen te spelen. Ze spelen stevige rock blues en steken bekende klassiekers uit de popmuziek  (Beatles, Rolling Stones) in een eigen blues jas. Aanvankelijk klonk het allemaal nogal rommelig, later trok dat flink bij. De zenuwen, ongetwijfeld. Mochten ze ooit nog terugkomen, ga er heen.
                                                Ghost Town Blues Band, zaterdagavond
Een echt grote verrassing was het optreden van Curtis Salgado met band. Ik had nog nooit van de man gehoord, totale schande, ik weet het, nota bene de inspiratiebron voor John Belushi in The Blues Brothers. Salgado heeft een lange historie in allerhande bands zoals die van Robert Cray, Santana en Steve Miller, en speelde met zo’n beetje iedereen in de blueswereld die er toe doet.

Alan Hager (l) en Curtis Salgado, zondagmiddag
Salgado hoort daar zelf inmiddels ook bij. Zijn optreden in Schöppingen zondagavond vergeet ik nooit meer. Hij trad op met een paar fenomenale muzikanten, Salgado zag de meeste bandleden zondag voor het eerst, maar werkelijk fantastisch gespeeld, prachtige blues en rock&roll. Wat is die man goed. Ook dankzij gitarist Alan Hager waar Salgado de afgelopen vijftien jaar mee samenwerkt, onlangs met een nieuw album, Rough Cut. Ik heb die meteen na thuiskomst geluisterd, op Spotify. Mooie Delta blues, prachtige nummers, herkende er veel die ook in Schöppingen langskwamen, met een paar schitterende covers van Muddy Waters en Elmore James. Van die laatste speelde Salgado & Band You got to move ook in Schöppingen, wat mij betreft het hoogtepunt van het festival.
Curtis Salgado, zondagmiddag
Live gespeeld weten de zang van Salgado en het gitaarwerk van Hager en de andere bandleden veel meer te raken en te ontroeren dan thuis, via Spotify of YouTube. Dat is de kracht van live muziek. En de reden om ondanks allerhande mitsen en maren (pinksterfiles, kamperen tijdens storm, onweer, regen, wind) dan toch naar zo’n meerdaags bluesfeest af te reizen. Ik raad het niemand aan, maar spijt heb ik niet. Goed dat ik ben gegaan.

Hieronder nog wat foto's van de optredens, gemaakt met mijn sony cameraatje. Klik op de foto's voor een groter beeld. 
Eric Bibb, zondagavond
Eric Bibb, zondagavond, is soms net een dominee
Cedric Burnside, zaterdagmiddag, op drums
Burnside, zaterdagmiddag, Mississippi Blues, op akoestisch gitaar
Dan Mudd & Dominiek Liechti, de pauze act gedurende het hele weekend
Ghost Town Blues Band, zaterdagavond
Fantastic Negrito, zaterdagavond
Randolph Matthews & Afro Blues Project
Southern Avenue, met Tykira Jackson (zus van de zangeres Tierinii, op drums (en Ori Naftaly op gitaar)



vrijdag 3 mei 2019

CW Stoneking in Utrecht

De Australische bluesmuzikant CW Stoneking deed op zijn korte Europese tour gelukkig ook heel even Nederland aan, ik zag hem gisteravond in de Helling in Utrecht.
Een mooi concert, met een ruime keus uit zijn repertoire, met flink wat verzoeknummers. Stoneking deed of al zijn kopieën van de setlist tijdens deze tournee waren gestolen, iets wat tegenwoordig inderdaad de gewoonte is, na een concert, soms al daarvóór. Dus pakte hij, tot grote hilariteit, zijn iPhone er bij, de technicus had hem zogenaamd de lijst van vanavond geappt, nou ja, dat soort ontregelende grappen dus, hij gaf al snel toe dat hij helemaal niks zag op die telefoon, zijn hersens deden het blijkbaar niet meer. Voordeel van die onzin is dat er meteen een ongedwongen sfeer ontstaat, roep maar wat je wilt horen, meestal ging hij erop in.
Vorig jaar zomer deed hij een solo tour, ik zag hem in juni 2018 in Amsterdam Noord, toen ook al zonder zijn standaard jaren '20 (van de vorige eeuw) kostuum. Gisteren werd hij begeleid door twee bluesmuzikanten, op drums en staande bas, hun namen heb ik niet verstaan, het leken mij achterneven van de Blues Brothers, weliswaar zonder zonnebril maar wel geheel in het zwart, het blueshoedje traditioneel op het achterhoofd, zoals het hoort.
Het concert van gisteravond was de vierde keer dat ik CW Stoneking heb zien optreden en ik heb hem nog nooit in eenzelfde bezetting gezien. Met een grote band inclusief achtergrondkoortje (Paradiso, 2015), met een paar onervaren meiden (Patronaat, Haarlem 2016), solo (Zonnehuis, Amsterdam-Noord, 2018), en nu met twee ervaren bluesmannen. Maar ik kan niet zeggen welk optreden ik het beste vond, hij blijft onder elke bezetting vooral zichzelf en weet elke zaal, en mij, steeds weer voor zich in te nemen met zijn idiote verhalen en opmerkingen, zijn aanstekelijke lach en swingende muziek, hij speelt en zingt altijd met zichtbaar groot plezier. En natuurlijk klonken Marchin'of the Drums en Brave Son of America gisteravond voller en steviger, dankzij de retegoeie begeleiding van de drummer en de bassist, maar een solo uitvoering van Jailhouse Blues, dit keer niet gespeeld, is ook prachtig.
Ik ben benieuwd waar hij de volgende keer mee komt, ik hoop er dan ook weer bij te kunnen zijn. Wie hem nu nog wil zien, inclusief de Belgische support act Handkerchief, moet vanavond naar Arnhem, het is zijn laatste optreden in NL deze tour, daarna gaat hij terug naar Australië.

Hieronder nog wat plaatjes van de support act, een nog wat onwennig spelende bende jonge gasten, die, zoals Dylan dat nooit doet of heeft gedaan, zichzelf niet aankondigen, zodat er dan maar uit het publiek de vraag komt: hallo, wie zijn jullie?? Waarop een schuchter: 'wij zijn Handkerchief.. '.
Frontman gitarist en zanger Christof Annaert blijkt het Engels niet machtig, hij zingt dan ook in het Vlaams, geloof ik, voor zover ik dat heb verstaan. Maar zijn uitleg aan iemand uit het publiek dat hij 'behind the show' zijn cd's zal verkopen, was geestig genoeg.
Handkerchief in de Helling, Utrecht
Christof Annaert, zang en gitaar
Lies Vandeburie, trompet en zang
Lies Vandeburie

Jammer overigens dat de vier blazers van Handkerchief, bariton, tenor en bas saxofoon (!) en trompet, niet samen met Stoneking en de twee bluesmuzikanten zijn gaan jammen, om eerder genoemde Marchin'of the Drums en Brave Son of America dichter bij de oorspronkelijke New Orleans versie te brengen. Nog afgezien van de lol van het samenspelen. Matt Andersen deed dat eerder wel, met de leden van zijn support act Port Cities bij een concert in Dusseldorf, een tijdje terug. Hij speelde toen samen met pianiste Breagh MacKinnon I'm Giving In en ze sloten het concert af met een gezamenlijke jam, wat een prachtige versie opleverde van Neil Youngs Helpless, onvergetelijk. 

zaterdag 27 april 2019

ManchaMancha uitgesteld

De premiere van ManchaMancha! , de nieuwe opera van Patrick van Deurzen, waarvoor ik samen met Ernest van der Kwast het libretto schreef en waar ik de regie van zal doen, is met een jaar uitgesteld; dus geen ManchaMancha! 24 mei aanstaande, in de Jurriaanse Zaal in de Doelen, Rotterdam, maar ergens tussen voor- en najaar 2020, de nieuwe datum wordt binnenkort bekendgemaakt.

Overigens waren de repetities nog niet begonnen; de voorbereidingstijd bleek voor de (stevige) twee zangpartijen dermate kort dat in goed overleg met het artistiek team van ManchaMancha! is besloten de premiere uit te stellen. Hopelijk zien we jullie volgend jaar!


maandag 25 maart 2019

Leyla McCalla in Rotterdam

Een jonge vrouw die blues, jazz en cajun zingt en speelt op cello, gitaar en banjo, dat trok mijn aandacht, de nieuwsgierigheid was gewekt en ik werd niet teleurgesteld. In een redelijk spontane actie zondagmiddag het concert bezocht van de Amerikaanse muzikante Leyla Mccalla uit New Orleans in LantarenVenster.
Ze was één keer eerder hier in Rotterdam, blijkt, we zitten naast fans die haar vaker hebben zien optreden. Ze trekt verrassend veel bezoekers, de grote zaal van LantarenVenster is voor driekwart vol. Het werd een bijzondere en ook spannende muzikale toegift, zondagmiddag, na het wat katerige slot van an evening with the blues, de zaterdagavond ervoor.

Leyla Mccalla zingt in meerdere talen en speelt de daar bijbehorende stijlen allemaal door elkaar, soms zelfs in één nummer, waaronder de blues, cajun, jazz, tot een paar Haïtiaanse volksliedjes die de pan uit swingen (met alleen zitplaatsen werd ik tot stilzitten gemaand).
Mccalla is dus van Haïtiaanse komaf, wat ze in ongeveer elk praatje benadrukt, ze zegt het zelf ook, hoop dat jullie nu weten dat ik van Haïtiaanse afkomst ben, ze is sowieso erg grappig in de beschrijvingen van haar nummers en muziek, haar band kondigt ze aan als oud en ruig, maar wat we zien zijn drie ideale schoonzonen, stuk voor stuk heel brave keurige jongens, niks ruig aan, maar belangrijker, ook goede muzikanten, Peter Olynciw op staande bas (en electrisch), Shawn Myers op drums en David Hammer is een zeer talentvolle sologitarist.
Mccalla speelt banjo, cello en (electrische) gitaar en heeft een prachtige stem - die klinkt als Norah Jones, maar daarmee doe ik hen allebei tekort.
Op Spotify kun je al haar albums afluisteren, alleen die volksliedjes kan ik nergens terugvinden, het zijn covers, liedjes van Haïtiaanse muzikanten, waaronder een voetballer, begreep ik, ze speelt die nummers blijkbaar alleen live.

onderstaande info komt van de site van LantarenVenster:

In 2014 bracht Leyla McCalla haar debuutalbum Vari-Colored Songs uit, waarop invloeden uit haar jeugd zijn samengebald: haar Haïtiaanse afkomst, kamermuziek van Bach, de jaren dat ze in Accra, Ghana woonde en haar jeugd in New York. Maar ook de poëzie van de Afro-Amerikaanse dichter Langston Hughes is nooit ver weg. Heimwee naar voorbije tijden en bovenal het moerassige geluid van New Orleans met z’n klagende snaarinstrumenten. Dit album werd door de London Sunday Times en Songlines verkozen tot album van het jaar. 
Leyla’s derde album The Capitalist Blues, produceerde ze voor het eerst met een band: King James and the Special Men, geleid door Jimmy Horn. Geïnspireerd door het verdeelde klimaat in Amerika maakten ze een verzameling songs over de psychologische en emotionele invloed van het leven in een kapitalistische maatschappij, 'een systeem waardoor mensen zich soms geïsoleerd gaan voelen en zichzelf kwijtrakenDe Capitalist Blues staat voor dit gevoel, en de songs van het album zetten je aan om je hier niet in te verliezen en je te verzetten.' 

de foto's maakte ik zelf, met telefoon en een Sony cameraatje, klikken voor een grotere afbeelding