vrijdag 24 januari 2020

Holocaustmonument 'Levenslicht' in Rotterdam

Levenslicht aan de Stieltjeskade in Rotterdam

Vorige week donderdagavond 16 januari werd het nieuwe, tijdelijke, Holocaustmonument Levenslicht gepresenteerd nabij het oorlogsmonument Loods24 op de Stieltjeskade in Rotterdam.

Levenslicht is ontworpen door het in Rotterdam gevestigde Studio Roosegaarde van lichtkunstenaar Daan Roosegaarde, in samenwerking met Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het  herdenkt de 104.000 Nederlandse holocaustslachtoffers die 75 jaar geleden naar de vernietigingskampen zijn afgevoerd.
De 104.000 ‘lichtgevende stenen’ en bijbehorende UV-lampen werden de dag na de presentatie verspreid over de 170 gemeenten in Nederland met een 'holocaustgeschiedenis'.
Levenslicht aan de Stieltjeskade in Rotterdam
De installaties zijn aldaar te zien tot komende zondag 2 februari. Voor een uitgebreide kaart van de plaatsen waar de monumentjes tijdelijk worden getoond, zie de website van Studio Roosegaarde.
Wat er daarna met de stenen gebeurt weet ik niet.

maandag 13 januari 2020

Francis Bacon in Parijs


De expositie Bacon en toutes lettres in het Centre Pompidou lokte me al een tijd naar Parijs, maar dat ging natuurlijk niet zomaar. Er wordt al maanden heftig gestaakt en gedemonstreerd in Frankrijk. Treinen en metro’s rijden al weken niet, wegen worden geblokkeerd. Volgens de Franse televisie leek het er op dat afgelopen zaterdagavond een voorlopig akkoord werd bereikt tussen regering (haalt bakzeil) en de pensioenterroristen (halen de volle winst binnen). Dreigen helpt, dat blijkt maar weer, net als de boeren hier. Maar wanneer vervolgens de brandstofprijzen flink omhoog gaan om al die fijne wensen en eisen te kunnen betalen is het land (opnieuw) te klein. Rare jongens, die Fransen.

Maar Parijs is óók een geweldige stad, met prachtige musea en schitterende exposities. Wordt dat een kwestie van jammer dan of laat ik me door die vermaledijde kutfransen niet op mijn kop schijten, dat is de vraag. Ik ga voor het laatste, we zien wel.
op zondagmiddag zijn er ondanks de stakingen veel huurfietsen beschikbaar
Dus na een eerdere vergeefse poging om Parijs met de trein te bereiken, afgelopen december, de trein reed zonder te stoppen Rotterdam voorbij, de bestelde tickets bleken niets waard, is het afgelopen weekend met de auto wel gelukt. Dwars door het centrum van Parijs, naar de parkeergarage van Centre Pompidou. Het is even zoeken en kloten, het blijft tenslotte Frankrijk, maar als die bestemming eenmaal is bereikt en de wachtrij voor het Pompidou zonder rellen of wanordelijkheden is geslecht, ben ik zowaar precies op tijd: de expositie van Francis Bacon is alleen toegankelijk met een timeslot ticket.
Centre Pompidou, januari 2020
Dacht ik. Want ondanks die extra maatregel is het zicht op het werk van Bacon beperkt, het is domweg te druk. Misschien blijft het bezoek langer dan voorzien, het tentoongestelde werk is het absoluut waard. Of blijkt er naast de timeslot tickets nog een tweede circuit aan kaartjes te bestaan, er stond een enorme rij voor de kassa, tot om de hoek van het gebouw.

Ik zag werk van Francis Bacon ergens in de jaren tachtig voor het eerst ‘live’, in Londen, denk ik, weet het niet meer, waaronder Bacons interpretatie van een schilderij van Velazquez van paus Innocent X. Dat schilderij is niet te zien in Pompidou (de Velázquez variaties maakte Bacon in de jaren ’50) maar ik kijk er thuis elke dag naar, het is een kleine afdruk, gekocht bij de stichting van erven Francis Bacon. Ik heb er een gouden lijst omheen laten maken, als knipoog naar de schilderijen van Bacon. De lijstenmaker was er heel blij mee maar vond het verder tamelijk idioot, zo’n dure lijst voor een afdruk? 
Study after Velázquez's portrait of pope Innocent X (afdruk, hangt thuis)
Ik vond het een goeie grap en kijk er elke dag met plezier naar. Al blijken de gouden lijsten waar de werken van Bacon in hangen een stuk soberder. Iets voor een volgende keer, de lijstenmaker ziet me graag komen.  
Francis Bacon, Triptych august 1972
Centre Pompidou wist voor deze unieke tentoonstelling een flink aantal schilderijen bijeen te verzamelen, ze zijn geschilderd tussen 1971 en 1992, het jaar van zijn dood. Ik heb maar een paar foto’s kunnen maken, het was zoals gezegd erg druk. Bovendien zijn de schilderijen van Bacon door het gebruik van pastel en spuitbus behoorlijk kwetsbaar, en uit voorzorg achter glas gezet. Dat reflecteert enorm, overigens ook als je er naar kijkt, zonder foto te maken. 
Francis Bacon, Seated Figure (1974)
Hoe de enorme doeken belicht moeten worden zonder reflectie weet ik ook niet, maar van de expositie in Londen herinner ik me de duistere zalen waar de werken hingen, ze waren amper te zien, zo donker. Dat waren werken uit de jaren ’40, ’50 en ’60, Man in Blue series, verschillende variaties van Velázquez van Pope Innocent X, sowieso nogal donkere werken, minstens even kwetsbaar. Ik kan me vaag herinneren dat Museum Boymans hier in Rotterdam ook een Man in Blue van Bacon in de collectie heeft, maar dat is lang geleden dat ik die daar heb gezien.
Francis Bacon, Study from the Human Body (1974)
Enfin, wie van het werk van Francis Bacon houdt moet naar Parijs. Koop daar de catalogus, een prachtige uitgave met afbeeldingen van alle geëxposeerde schilderijen, in heldere, goeie kleuren. Een mooie herinnering aan een mooie tentoonstelling.

Een bezoek aan Centre Pompidou betekent ook een bezoek aan de opstelling van de vaste collectie, die verandert regelmatig, vooral die van de collectie hedendaagse kunst. 
Raymonde Arcier, Au nom du Père (1975-1976)
Georg Baselitz, Die Mädchen von Olme (1981)
Jackson Pollock, Number 26A, Black&White (1948)
Tony Cragg, Autoportrait (1981)
Asta Gröting, When My Mother Was Dying (2015)

En deze keer had ik het geluk dat er ruimte was gemaakt voor een selectie uit hun verzameling Pop Art. 
James Rosenquist, President Elect (1960-1961)
Claes Oldenburg, Ghost Drum Set (1972)
Roy Lichtenstein, Hot Dog (1964)
Peter Stämpfli, Gala (1965)
John DeAndrea, Couple (1971)

en verder

Ben (Vautier), mon envie d'etre le seul (1976)
Peter Klasen, Femme-objet (1967)
Haim Steinbach, exuberant relative #1 (1986)
Erik Boulatov, Gloire au PCUS (2003 -2005)
Jean-Paul Riopelle, Mitchikanabikong (1975)
Csaba Nemes, Foreseeable Consequences (2012)
Ed Ruscha, Industrial Strength Sleep (1989)



vrijdag 10 januari 2020

de Sura Cantate


Vorig jaar zomer schreef ik in opdracht van het jubilerende Merwe's Oratorium Vereniging uit Dordrecht (ze vieren hun 100 jarig bestaan) de tekst voor de Sura Cantate, een zesdelige compositie over de heilige martelares Sura van Dordrecht, gebaseerd op een legende uit de 15e eeuw. Componist Patrick van Deurzen schreef de muziek voor koor, solisten, orkest en percussie.  

In grote lijnen gaat het verhaal van Sura, die na haar dood aan de rechter verschijnt om vergiffenis te vragen voor haar moordenaars, in de cantate letterlijk en figuurlijk van het donker naar het licht: nog voor de zon opkomt is er de roep om wraak en vergelding, na de verschijning van Sura, in het volle licht, is er plaats voor vergeving en dankbaarheid.

Bij het schrijven van de tekst heb ik, tot mijn grote verbazing, nog veel gehad aan mijn eigen katholieke carrière van koorknaap en misdienaar, uit een vorige tijd in de vorige eeuw: Heilig heilig, Sint Sura heilig.

De muziek, en hier geloof ik componist Patrick van Deurzen op zijn woord want ik heb nog geen noot gehoord en ik kan alleen in het notenschrift de bassleutel lezen, hoe dan ook, de muziek van Patrick ‘zit dicht op de tekst en gaat van donkere, onheilspellende klanken die de wraak van het volk ondersteunen, naar lyrische melodieën van Sura, naar extatische liefdesmuziek.’

Ben benieuwd! Première op 13 maart 2020 tijdens het jubileumconcert van Merwe's Oratorium Vereniging en het Ars Musica Orkest, onder leiding van dirigent Patrick van der Linden, in de Antoniuskerk te Dordrecht.

dinsdag 7 januari 2020

Pronkjewail in het Groningermuseum

Pronkjewail is Gronings voor 'mooi om te zien' of, fraaier gezegd,  'ogenkost'. Het is de titel van een tentoonstelling van modern design, samengesteld door de Groningse designkenner John Veldkamp, in het Groningermuseum. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw heeft Veldkamp via zijn winkel in modern design de toenmalige directeur Frans Haks op het spoor gezet van het Italiaanse design. 'Zonder Veldkamp was Haks nooit bij Mendini uitgekomen' wordt gezegd. Mendini is de Italiaanse ontwerper van het markante museumgebouw dat nu zijn 25jarig bestaan viert. Vandaar de tentoonstelling van Veldkamp, op de bovenste verdieping van het gebouw.
Ik verwachtte er weinig van, ik ben geen fan van tentoongestelde kopjes, beeldjes en schoteltjes. Maar het is een prachtige verzameling onzindesign, hartstikke mooi vormgegeven en met veel gevoel voor stijl liefdevol samengesteld. Er staan bordjes bij als 'bord' of 'vaas' maar je kunt die fraai vormgegeven zooi echt nergens voor gebruiken, alleen maar naar kijken. Enfin, met plezier gedaan.



Het Groningermuseum, ik was er lange tijd niet geweest, is een bijzonder prettig museum met een heel eigenzinnige verzameling en een zeer verzorgde vormgeving. Dat geldt voor het hele gebouw, niet alleen de verzameling design van Veldkamp, er wordt overal in het museum zichtbaar veel aandacht besteed aan de opstelling van de geëxposeerde werken.
Designcollectie (detail)
Pieke Bergmans..
Pieke Bergmans..
In kader van het 25jarig jubileum ook een overzicht van het werk van de architect van het gebouw, Allessandro Mendini. 


Op de 'zolder' werk van Peter Struyken.. 
Ook de vaste collectie van het groningermuseum is de moeite waard.. Ze hebben er zelfs een Kiefer hangen, lang niet gezien.
Anselm Kiefer, Malen (1974)
Bernd Zimmer, Waterval (1981)
En een grote verzameling schilderijen van de Ploeg..
George Martens, Ekke Kleima (1924)
Johan Dijkstra, rustende maaiers (1924)
Achter de Grote Markt in Groningen staat, voor de wandelaars op straat enigszins verborgen, het nieuwe Forum gebouw, ontworpen door NLArchitects.
Een gigantisch ding, met daarin de stadsbibliotheek, een bioscoop, expositieruimtes, horeca en een dakterras.. (daar ben ik niet op geweest, te druk, 'Forum trekt 400.000 bezoekers' kopte het Gronings dagblad eind december, dan weet je het wel).




zondag 15 december 2019

Matt Andersen in Arnhem

Gisteravond trad Matt Andersen op in de Musis schouwburg, Arnhem. Een enorme, ouderwetse toneelbak in een tamelijk brede zaal met rondom balkons; komt dat wel een beetje vol, dacht ik nog. Het formaat kan de zanger makkelijk aan, ik zag hem ooit optreden in een nog grotere, stampvolle tent tijdens Harvest Blues in New Brunswick.
Musis zaal in Arnhem, gisteravond  (foto geleend van Wim de Koning via twitter, dank) (zit zelf ook braaf te wachten, op de eerste rij)
Ook nu kwam het helemaal goed, de zaal was goed gevuld, zo'n zevenhonderd man. Andersen wordt met het jaar beter, dikker en bekender; hij is een top live artiest, dat blijft nooit lang geheim, de tijd dat hij in Nederland de buurthuizen en café 's langs trok ligt alweer een paar jaar achter ons.

Hoe vaak ik Andersen heb zien optreden weet ik niet, ik ben de tel kwijt, ik ga de plekken nog even na: de eerste keer in Sociëteit Engels in Den Haag (bestaat niet meer), via een buurtzaaltje in Vreewijk, Rotterdam (ook opgeheven) naar Harvest Blues in Fredericton, New Brunswick, daarna, niet per se in die volgorde, Utrecht, drie keer, nog eens in Den Haag (Paard), Tilburg (013), Moulin Blues in Ospel, Duvel Blues in Puurs, het cafeetje in Amer, Ribs&Blues in Raalte, een theater in Dusseldorf.. dan zou Musis Arnhem de veertiende keer zijn dat ik de man zie spelen.

Waarom wil ik dat weten, vroeg ik me af, misschien is het geen goed teken, maar zijn optredens worden steeds makkelijker te 'lezen', om niet te zeggen voorspelbaar, althans voor mij. Support act Erin Costelo, een zangeres uit Halifax, Nova Scotia, een buurtgenoot van Matt Andersen dus, speelt piano; dan mogen we rekenen op een live pianoversie van I'm giving in van het album Honest Man. En verdomd.
In Dusseldorf gebeurde dat ook, met de toetsenist van dienst, Breagh MacKinnon van Port Cities, toen de support act. Op YouTube staat een video waarin Andersen faked dat ie dat nummer op de piano speelt, als grap, zei hij, maar ondertussen is die opname wel bloedserieus. Er zijn veel mensen ingetrapt, gaf de zanger gisteravond toe, maar hij speelt dus geen noot piano.

Enfin, blij dat ik I'm giving in weer een keer heb gehoord zoals ie het bedoeld heeft. En ik verwachtte eerlijk gezegd ook Something to Lose van zijn laatste album Halfway Home by Morning, een samenzang met country zangeres Amy Helm. Maar blijkbaar was er geen klik met de nogal uitgesproken stem van Erin Costelo, om dit nummer samen te doen. Dat 'gemis' werd ruimschoots goedgemaakt door een geweldige gezamenlijke versie van Angel from Montgomery, een prachtig nummer dat ik ken van Susan Tedeschi en Bonny Riatt. Maar ook Erin Costelo maakt er met haar uitgesproken stem iets moois van. En opnieuw blijkt wat een fantastische zanger Matt Andersen is, ook in de samenzang.

Als Matt Andersen begint aan zijn verhaal over het ruziënde echtpaar uit zijn geboortedorp Perth-Andover, een gehucht langs de Trans Canada Hwy in New Brunswick, in het oosten van Canada, ik ben er ooit een keer geweest, en zou dus als enige in het publiek moeten reageren, wat ik nooit doe, enfin, dan weet je: dit is de intro van Devils Bride: we gaan afronden. Maar dit keer wordt het aloude slotnummer gevolgd door een verrassende gezamenlijke reeks toegiften met Erin Costelo in Angel from Montgomery en People get Ready/Get on Board, we hoefden ditmaal gelukkig niet mee te zingen.

Dat deden we eerder op de avond al bij een ander oud nummer van hem, Round & Round  uit 2009. Detail: de intro om het publiek uit te nodigen mee te zingen is in die tien jaar niet veranderd. Dat mag, maar afgezaagd klinkt het (mij) wel, ik kan niet lachen om een grap die ik al acht keer gehoord heb. De rest van het publiek heeft er blijkbaar geen moeite mee, of hoort Andersen voor het eerst (wat gezien de reacties op de nummers volgens mij niet zo is, de meesten kennen zijn werk).

Verder moet ik niet zeuren, het was een mooi concert, met op de valreep een fantastische gezamenlijke versie van Ain't no Sunshine, (I know, I know, I know zong iemand spontaan in het publiek, Andersen was even van zijn apropos maar vatte het sportief op: applaus voor die man).
Ain't no Sunshine is natuurlijk ook een nummer dat hij al heel lang op het repertoire heeft. Hij speelt het niet vaak, Zaterdagavond elf uur in Musis Arnhem was blijkbaar zo'n moment dat het uitkwam, goed dat ik er bij was.

En: Andersen kwam daarna, geheel tegen zijn gewoonte in, nog een keer terug (hoezo voorspelbaar). Hij stemde zijn gitaar op een nummer dat hij wilde inzetten, we zullen nooit weten wat, want uit het publiek klonk een luid en duidelijk verzoek om When my Angel gets the Blues en Matt reageerde onmiddellijk, opnieuw: tegen zijn gewoonte in, met een relaxed oké, no problem, it's your show, you decide. Dat was dus echt grappig, want Andersen roept meestal het tegenovergestelde.

Ik heb voor dit bericht even op Youtube gekeken naar die oude nummers, voor het jaar van uitkomen, en zo. Dat was wel even schrikken: ik zag een nog jonge Matt Andersen in een video uit 2009. Tien jaar later is diezelfde man, bijkans onherkenbaar, minstens 140 kilo zwaarder. Kan ook iets meer zijn.

Ik hoop werkelijk dat Andersen nog een heel lang leven heeft, met veel mooie, inspirerende concerten, waar ik af en toe graag bij wil zijn. Maar dat zou zomaar valse hoop kunnen zijn.

maandag 25 november 2019

Eilen Jewell in Rotterdam


Gisteravond had een maximaal aantal boomers uit Rotterdam die ‘s avonds nog naar buiten mogen, en dat blijkbaar ook durven, zich verzameld op de tribune van de grote zaal van LantarenVenster voor een concert van de Amerikaanse zangeres Eilen Jewell met band, waaronder ook haar echtgenoot, drummer Jason Beek.
Eilen Jewell gisteravond in lantarenVenster
Het grootste probleem van mevrouw Jewell is dat ze weliswaar een geweldige stem heeft, maar daar verder helemaal niets mee doet. Alle nummers klinken even afgemeten ingeblikt, tussen de 2:45 en 3:45. En omdat Jewell verder geen enkele uitstraling heeft, noch het muzikaal vermogen om haar optreden persoonlijk te maken en haar muziek ‘live’ te laten klinken, bloedt het concert binnen de kortste keren hartstikke dood. Zelfs rockabilly gitarist Jerry Miller krijgt de swing er niet in, het is trekken aan een dood paard. 
Jewell met band (Jerry Miller gitaar, Jason Beek drums, Matt Murphy op contrabas)
En alsof hartstikke dood nog niet dood genoeg is, maakt haar echtgenoot elke ontsnapping of wederopstanding onmogelijk; de boomlange drummer torent letterlijk hoog boven zijn vrouw uit, zichtbaar en hoorbaar, hij mept gedurende het hele optreden de op zich fraaie stem van zijn echtgenote met lelijke harde klappen in het gareel, en naar de kloten. Een soort Man Slaat Vrouw maar dan anders. Een welgemeend advies aan mevrouw Jewell: get rid of that drummer. En neem de volgende keer een steelguitar en violist mee. Of ga anders dan ook maar gewoon Stand by your man zingen en meer van dat oerconservatief country repertoire.
Jewell en Beek  gisteravond in lantarenVenster
Alleen bij de toegift zong Jewell solo, en meteen ook maar een zeer persoonlijke tekst, over een postnatale depressie, waarmee ze ons achterliet. Ik denk niet dat het ooit nog goed komt met mevrouw Jewell, al dan niet met meneer Jewell. Maar dat zal ik nooit weten, een volgende keer ben ik er niet meer bij.
Jewell met echtgenoot Beek op wasbord (hij kon er niks van) 
Mijn vrouw kwam mijn kritiek bekend voor, zocht in haar archief en zei: ‘drie jaar geleden zei je na het optreden van een zangeres precies hetzelfde’ en liet me het digitale toegangsbewijs op haar mobiel zien: LanterenVenster, 10 september 2016: Eilen Jewell. 
Jewell gisteravond in LantarenVenster
Fuck, ik was werkelijk in de veronderstelling Jewell gisteravond voor het eerst te hebben gezien. Van haar vorig optreden was me niets bijgebleven, ook niet hoe beroerd ik het blijkbaar vond. Oké boomer. Ik word oud.