dinsdag 11 juni 2019

28.Grolsch Blues Festival in Schöppingen, Duitsland

Curtis Salgado met Band, zondagmiddag in Schöppingen
Dat Duitsers goed bier kunnen drinken in enorme hoeveelheden weten we al heel lang, de plastic pullen Grolsch gaan ook op het festivalterrein in Schöppingen, Münsterland, van één uur in de middag tot middernacht onafgebroken rond. De laatste ronde, om drie uur ‘s nachts, las ik ergens, heb ik niet meegemaakt. Ik heb het festival nagenoeg zonder bier doorgebracht, ik moest rijden. Maar ook van de festivalgasten zullen er niet veel zijn geweest die de laatste ronde bewust hebben meegemaakt want al om zeven uur ’s avonds loopt niet één Duitse bluesbejaarde of oude alternativo nog recht.
Schöppingen, zaterdagmiddag, Biscuit Milller & the Mix
Iedereen zwalk, slingert, waggelt en struikelt in een soort middeleeuwse optocht over het terrein. Vooral in de pauzes, tussen de acts, als op het (enige) podium de nieuwe set wordt opgebouwd trekt er een parade idioten voorbij, ik keek mijn ogen uit. De Duitse bluesfans, althans de hardcore types, hebben zich speciaal gekleed voor dit bluesfestival. Of ze lopen er altijd zo bij, dat kan natuurlijk ook. De mannen zijn oud, dik en nogal lelijk (daar ben ik geen uitzondering op) en dragen allemaal een grijze paardenstaart. Die zijn er in alle soorten en maten. De baardgroei wisselt, sommigen hebben plukjes baard in een kralensnoer geregen, anderen hebben alleen zo’n klein grijs plukje onder hun lip. Verder dragen ze allemaal een hoed, ook die zijn er in alle soorten en maten. En ze hebben allemaal een te klein T-shirt aan, zodat hun uitpuilende buik goed te zien is. De T-shirts hebben allemaal een opdruk. Meestal van eerdere festival edities (met de namen van de optredende artiesten op de rug) of gekocht tijdens een eerder bezocht concert, vaak jaren geleden, tijdens een tournee van wie dan ook, meestal van een blues legende of een andere muzikale held. Enkelen dragen een T-shirt uit Nashville, of een andere aansprekende muziekstad in de VS. Sommigen dragen daarbij een leren jack om de oude, ingevallen schouders. Anderen een lange cowboyjas, geschikt voor lange tochten te paard.
Archie Lee Hooker, zaterdagmiddag 
Niemand kwam te paard, ik heb geen paard gezien, alleen twee ezels in een naburig weiland en voor de rest een leger aan campers en caravans. En oude hippiebusjes. Maar die wijde, lange cowboyjassen dus, je weet wel, met zo’n hoge kraag, ken ik uit de wildwest stripverhalen van vroeger. En van feestkleding punt nl. Je kunt daar ook een bijpassende cowboyhoed kopen. De meeste mannen hadden dat ook gedaan.

Southern Avenue, zondagmiddag, met Tierinii Jackson

De vrouwelijke hardcore bluesfans, beduidend minder in aantal, maar idioot genoeg om op te vallen, zijn zonder uitzondering extravagant gekleed, volgens de laatste mode van, schat ik, 1973. De meesten hebben ook tattoos, een enkeling zit helemaal onder.

Met andere woorden, ik heb me in de pauzes van het Grolsch bluesfestival uitstekend vermaakt. Overigens was het de tweede festivaldag, zondag, een stuk gemoedelijker. Het publiek was meer divers, gezinnen met kinderen, veel dagjesmensen zonder blues uitdossing. En de hardcore bluesfans deden het rustiger aan. Nog altijd heel veel pullen bier maar niemand was starnakel.

Je zou bij al dat bierdrinken een enorme chaos en puinhoop verwachten, zoals bij de Nederlandse festivals waar het gelijk vanaf het begin een enorme teringzooi is. Zo niet in Schöppingen, het blijven Duitsers, alles gebeurt op de seconde nauwkeurig, op gras zonder afval en met schone toiletten..   

Enfin, geen Moulin Blues dus, dit jaar, in Ospel. Ik ga ook geen dure blues sterren kijken in Grolloo (waar Curtis Salgado overigens ook optreedt) en het gratis Ribs & Blues in Raalte heb ik ook laten schieten, evenals het gemoedelijke DuvelBlues in Puurs. De keus dit jaar viel op de achtentwintigste editie van het Grolsch bluesfestival in het Duitse plaatsje Schöppingen, in Münsterland, net over de grens bij Buurse, gemeente Haaksbergen, onze standplaats het afgelopen pinksterweekend.

Ik ging voor Fantastic Negrito (zaterdagavond) en Eric Bibb (zondagavond), twee gasten die allebei ook binnenkort in Rotterdam optreden, hier om de hoek nota bene, maar dat wist ik nog niet toen ik de kaarten kocht. Fantastic Negrito speelt 26 juni in LantarenVenster, nog niet uitverkocht, en Eric Bibb komt in oktober naar Rotterdam, wees er snel bij.
 Fantastic Negrito, zaterdagavond
Eric Bibb, zondagavond, bij de soundcheck
Weliswaar moeten er altijd wel een paar favorieten optreden, als reden om naar een bluesfestival af te reizen, maar het prettige aan die tweedaagse festivals is dat er tussen het ‘overige’ aanbod altijd wel een paar aangename verrassingen zitten. Cedric Burnside bijvoorbeeld, jawel, kleinzoon van. Aanstekelijke Mississippi blues, afgewisseld met ruige nummers op de drums, want die speelt Burnside ook, naast de akoestische en elektrische gitaar. Mocht hij ooit in Nederland optreden, ga er heen.
 Cedric Burnside, zaterdagmiddag
Dat advies geldt ook voor de Gost Town Blues Band  uit Memphis, Tennessee. Een stel jonge gasten met een grote bek, voor het eerst in Europa. Vijfduizend kilometer gereisd om vijf kwartier in Schöppingen te spelen. Ze spelen stevige rock blues en steken bekende klassiekers uit de popmuziek  (Beatles, Rolling Stones) in een eigen blues jas. Aanvankelijk klonk het allemaal nogal rommelig, later trok dat flink bij. De zenuwen, ongetwijfeld. Mochten ze ooit nog terugkomen, ga er heen.
                                                Ghost Town Blues Band, zaterdagavond
Een echt grote verrassing was het optreden van Curtis Salgado met band. Ik had nog nooit van de man gehoord, totale schande, ik weet het, nota bene de inspiratiebron voor John Belushi in The Blues Brothers. Salgado heeft een lange historie in allerhande bands zoals die van Robert Cray, Santana en Steve Miller, en speelde met zo’n beetje iedereen in de blueswereld die er toe doet.

Alan Hager (l) en Curtis Salgado, zondagmiddag
Salgado hoort daar zelf inmiddels ook bij. Zijn optreden in Schöppingen zondagavond vergeet ik nooit meer. Hij trad op met een paar fenomenale muzikanten, Salgado zag de meeste bandleden zondag voor het eerst, maar werkelijk fantastisch gespeeld, prachtige blues en rock&roll. Wat is die man goed. Ook dankzij gitarist Alan Hager waar Salgado de afgelopen vijftien jaar mee samenwerkt, onlangs met een nieuw album, Rough Cut. Ik heb die meteen na thuiskomst geluisterd, op Spotify. Mooie Delta blues, prachtige nummers, herkende er veel die ook in Schöppingen langskwamen, met een paar schitterende covers van Muddy Waters en Elmore James. Van die laatste speelde Salgado & Band You got to move ook in Schöppingen, wat mij betreft het hoogtepunt van het festival.
Curtis Salgado, zondagmiddag
Live gespeeld weten de zang van Salgado en het gitaarwerk van Hager en de andere bandleden veel meer te raken en te ontroeren dan thuis, via Spotify of YouTube. Dat is de kracht van live muziek. En de reden om ondanks allerhande mitsen en maren (pinksterfiles, kamperen tijdens storm, onweer, regen, wind) dan toch naar zo’n meerdaags bluesfeest af te reizen. Ik raad het niemand aan, maar spijt heb ik niet. Goed dat ik ben gegaan.

Hieronder nog wat foto's van de optredens, gemaakt met mijn sony cameraatje. Klik op de foto's voor een groter beeld. 
Eric Bibb, zondagavond
Eric Bibb, zondagavond, is soms net een dominee
Cedric Burnside, zaterdagmiddag, op drums
Burnside, zaterdagmiddag, Mississippi Blues, op akoestisch gitaar
Dan Mudd & Dominiek Liechti, de pauze act gedurende het hele weekend
Ghost Town Blues Band, zaterdagavond
Fantastic Negrito, zaterdagavond
Randolph Matthews & Afro Blues Project
Southern Avenue, met Tykira Jackson (zus van de zangeres Tierinii, op drums (en Ori Naftaly op gitaar)



vrijdag 3 mei 2019

CW Stoneking in Utrecht

De Australische bluesmuzikant CW Stoneking deed op zijn korte Europese tour gelukkig ook heel even Nederland aan, ik zag hem gisteravond in de Helling in Utrecht.
Een mooi concert, met een ruime keus uit zijn repertoire, met flink wat verzoeknummers. Stoneking deed of al zijn kopieën van de setlist tijdens deze tournee waren gestolen, iets wat tegenwoordig inderdaad de gewoonte is, na een concert, soms al daarvóór. Dus pakte hij, tot grote hilariteit, zijn iPhone er bij, de technicus had hem zogenaamd de lijst van vanavond geappt, nou ja, dat soort ontregelende grappen dus, hij gaf al snel toe dat hij helemaal niks zag op die telefoon, zijn hersens deden het blijkbaar niet meer. Voordeel van die onzin is dat er meteen een ongedwongen sfeer ontstaat, roep maar wat je wilt horen, meestal ging hij erop in.
Vorig jaar zomer deed hij een solo tour, ik zag hem in juni 2018 in Amsterdam Noord, toen ook al zonder zijn standaard jaren '20 (van de vorige eeuw) kostuum. Gisteren werd hij begeleid door twee bluesmuzikanten, op drums en staande bas, hun namen heb ik niet verstaan, het leken mij achterneven van de Blues Brothers, weliswaar zonder zonnebril maar wel geheel in het zwart, het blueshoedje traditioneel op het achterhoofd, zoals het hoort.
Het concert van gisteravond was de vierde keer dat ik CW Stoneking heb zien optreden en ik heb hem nog nooit in eenzelfde bezetting gezien. Met een grote band inclusief achtergrondkoortje (Paradiso, 2015), met een paar onervaren meiden (Patronaat, Haarlem 2016), solo (Zonnehuis, Amsterdam-Noord, 2018), en nu met twee ervaren bluesmannen. Maar ik kan niet zeggen welk optreden ik het beste vond, hij blijft onder elke bezetting vooral zichzelf en weet elke zaal, en mij, steeds weer voor zich in te nemen met zijn idiote verhalen en opmerkingen, zijn aanstekelijke lach en swingende muziek, hij speelt en zingt altijd met zichtbaar groot plezier. En natuurlijk klonken Marchin'of the Drums en Brave Son of America gisteravond voller en steviger, dankzij de retegoeie begeleiding van de drummer en de bassist, maar een solo uitvoering van Jailhouse Blues, dit keer niet gespeeld, is ook prachtig.
Ik ben benieuwd waar hij de volgende keer mee komt, ik hoop er dan ook weer bij te kunnen zijn. Wie hem nu nog wil zien, inclusief de Belgische support act Handkerchief, moet vanavond naar Arnhem, het is zijn laatste optreden in NL deze tour, daarna gaat hij terug naar Australië.

Hieronder nog wat plaatjes van de support act, een nog wat onwennig spelende bende jonge gasten, die, zoals Dylan dat nooit doet of heeft gedaan, zichzelf niet aankondigen, zodat er dan maar uit het publiek de vraag komt: hallo, wie zijn jullie?? Waarop een schuchter: 'wij zijn Handkerchief.. '.
Frontman gitarist en zanger Christof Annaert blijkt het Engels niet machtig, hij zingt dan ook in het Vlaams, geloof ik, voor zover ik dat heb verstaan. Maar zijn uitleg aan iemand uit het publiek dat hij 'behind the show' zijn cd's zal verkopen, was geestig genoeg.
Handkerchief in de Helling, Utrecht
Christof Annaert, zang en gitaar
Lies Vandeburie, trompet en zang
Lies Vandeburie

Jammer overigens dat de vier blazers van Handkerchief, bariton, tenor en bas saxofoon (!) en trompet, niet samen met Stoneking en de twee bluesmuzikanten zijn gaan jammen, om eerder genoemde Marchin'of the Drums en Brave Son of America dichter bij de oorspronkelijke New Orleans versie te brengen. Nog afgezien van de lol van het samenspelen. Matt Andersen deed dat eerder wel, met de leden van zijn support act Port Cities bij een concert in Dusseldorf, een tijdje terug. Hij speelde toen samen met pianiste Breagh MacKinnon I'm Giving In en ze sloten het concert af met een gezamenlijke jam, wat een prachtige versie opleverde van Neil Youngs Helpless, onvergetelijk. 

zaterdag 27 april 2019

ManchaMancha uitgesteld

De premiere van ManchaMancha! , de nieuwe opera van Patrick van Deurzen, waarvoor ik samen met Ernest van der Kwast het libretto schreef en waar ik de regie van zal doen, is met een jaar uitgesteld; dus geen ManchaMancha! 24 mei aanstaande, in de Jurriaanse Zaal in de Doelen, Rotterdam, maar ergens tussen voor- en najaar 2020, de nieuwe datum wordt binnenkort bekendgemaakt.

Overigens waren de repetities nog niet begonnen; de voorbereidingstijd bleek voor de (stevige) twee zangpartijen dermate kort dat in goed overleg met het artistiek team van ManchaMancha! is besloten de premiere uit te stellen. Hopelijk zien we jullie volgend jaar!


maandag 25 maart 2019

Leyla McCalla in Rotterdam

Een jonge vrouw die blues, jazz en cajun zingt en speelt op cello, gitaar en banjo, dat trok mijn aandacht, de nieuwsgierigheid was gewekt en ik werd niet teleurgesteld. In een redelijk spontane actie zondagmiddag het concert bezocht van de Amerikaanse muzikante Leyla Mccalla uit New Orleans in LantarenVenster.
Ze was één keer eerder hier in Rotterdam, blijkt, we zitten naast fans die haar vaker hebben zien optreden. Ze trekt verrassend veel bezoekers, de grote zaal van LantarenVenster is voor driekwart vol. Het werd een bijzondere en ook spannende muzikale toegift, zondagmiddag, na het wat katerige slot van an evening with the blues, de zaterdagavond ervoor.

Leyla Mccalla zingt in meerdere talen en speelt de daar bijbehorende stijlen allemaal door elkaar, soms zelfs in één nummer, waaronder de blues, cajun, jazz, tot een paar Haïtiaanse volksliedjes die de pan uit swingen (met alleen zitplaatsen werd ik tot stilzitten gemaand).
Mccalla is dus van Haïtiaanse komaf, wat ze in ongeveer elk praatje benadrukt, ze zegt het zelf ook, hoop dat jullie nu weten dat ik van Haïtiaanse afkomst ben, ze is sowieso erg grappig in de beschrijvingen van haar nummers en muziek, haar band kondigt ze aan als oud en ruig, maar wat we zien zijn drie ideale schoonzonen, stuk voor stuk heel brave keurige jongens, niks ruig aan, maar belangrijker, ook goede muzikanten, Peter Olynciw op staande bas (en electrisch), Shawn Myers op drums en David Hammer is een zeer talentvolle sologitarist.
Mccalla speelt banjo, cello en (electrische) gitaar en heeft een prachtige stem - die klinkt als Norah Jones, maar daarmee doe ik hen allebei tekort.
Op Spotify kun je al haar albums afluisteren, alleen die volksliedjes kan ik nergens terugvinden, het zijn covers, liedjes van Haïtiaanse muzikanten, waaronder een voetballer, begreep ik, ze speelt die nummers blijkbaar alleen live.

onderstaande info komt van de site van LantarenVenster:

In 2014 bracht Leyla McCalla haar debuutalbum Vari-Colored Songs uit, waarop invloeden uit haar jeugd zijn samengebald: haar Haïtiaanse afkomst, kamermuziek van Bach, de jaren dat ze in Accra, Ghana woonde en haar jeugd in New York. Maar ook de poëzie van de Afro-Amerikaanse dichter Langston Hughes is nooit ver weg. Heimwee naar voorbije tijden en bovenal het moerassige geluid van New Orleans met z’n klagende snaarinstrumenten. Dit album werd door de London Sunday Times en Songlines verkozen tot album van het jaar. 
Leyla’s derde album The Capitalist Blues, produceerde ze voor het eerst met een band: King James and the Special Men, geleid door Jimmy Horn. Geïnspireerd door het verdeelde klimaat in Amerika maakten ze een verzameling songs over de psychologische en emotionele invloed van het leven in een kapitalistische maatschappij, 'een systeem waardoor mensen zich soms geïsoleerd gaan voelen en zichzelf kwijtrakenDe Capitalist Blues staat voor dit gevoel, en de songs van het album zetten je aan om je hier niet in te verliezen en je te verzetten.' 

de foto's maakte ik zelf, met telefoon en een Sony cameraatje, klikken voor een grotere afbeelding

Joey Gilmore en Guy King in LantarenVenster


Afgelopen zaterdagavond de 29e editie van evening with the blues in LantarenVenster, vaste prik in mijn agenda, sinds het evenement van Tiel naar Rotterdam is verhuisd. Het lukt de programmeurs elk jaar weer om een paar verrassende acts naar Rotterdam te halen, voor mij een mooie gelegenheid om de (voor mij) onbekende bluesmuzikanten te leren kennen, de meesten komen zelden of nooit naar Nederland. Toronzo Cannon, Guy Davis, Duke Robillard, Earl Thomas en Chris Cain hebben er sinds hun optreden een fan bij. Voor wat het waard is, voor een paar duizend luisteraars op Spotify per maand, krijgen de artiesten maar een paar tientjes per jaar, zei Dayna Kurtz laatst, ik ben haar inmiddels maar gaan sponsoren..

Ook deze editie van evening with the blues weer twee voor mij onbekende bluesmuzikanten, mannen die ik graag nog eens terug zie. 
Joey Gilmore met Fat Harry & the Fuzzy Licks
Bluesveteraan Joey Gilmore (75) wordt bij zijn tour begeleid door Fat Harry & the Fuzzy Licks, een steengoede ervaren Nederlandse bluesband en een stevig muzikaal vangnet voor Gilmore, die ondanks zijn enorme omvang breekbaar oogt, hij loopt moeizaam en kan niet al te lang meer staan. Maar wat een presentatie. Klassiekers volgen elkaar in rap tempo op, Can’t kill nothin, Letting a good thing go bad, Breaking up somebody’s home, Wishing well, The Ghosts of Mississippi. Heerlijke blues.
de setlist van Gilmore





Gitarist en zanger Guy King (42) is de voormalige bandleider van de in 2006 overleden Chicago blues zanger en gitarist Willy Kent, op Youtube staan een paar live nummers van hem en de band waarin Guy King een prominente rol speelt. 
Guy King  zaterdagavond in LV
Het laatste album van King, Truth uit 2015, is op Spotify te luisteren, maar live is altijd beter. Overigens, Guy King klinkt weliswaar erg naar de blues, maar de in Israël geboren blanke muzikant heeft zijn artiestennaam samengesteld uit twee van zijn favoriete muzikanten, Buddy Guy en Albert King.
Guy King is een begenadigd gitarist met een goeie zangstem. Hij en zijn driekoppige band zijn perfect op elkaar ingespeeld, King is bezig aan een kleine tour door Europa, voornamelijk Frankrijk geloof ik. Ze spelen Chicago blues, een uur lang, vol overtuiging en concentratie, dat vroeg King ook van zijn publiek (do you hear me?!). Hij zei er nog net geen goddammit achteraan, het moet wel leuk blijven. Maar met de stijgende populariteit van het evenement (het is steeds eerder uitverkocht) neemt ook het aantal nitwits en kakelkutjes (m/v) toe, dat ouwehoert maar door, zonder enige aandacht voor wat er op het podium gebeurt. Wanneer Guy King een paar keer tijdens zijn overigens retegoeie solo improvisaties het volume terugbrengt naar bijna nul, moeten de ergste kletshufters in de zaal tot stilte worden gemaand. Kom dan niet of ga in de foyer staan ouwehoeren, denk ik dan, nou ja, klootzakken heb je overal.
Guy King in LantarenVenster
An evening with the blues kent traditiegetrouw drie acts, de kleinere acts in de foyer voor aanvang en in de pauzes van twee keer een half uur bewaard de organisatie schijnbaar voor de feestelijke edities (dus wie weet, volgend jaar tijdens de 30e editie weer). En de slotact is voor de beste van de avond, met alle respect voor de overige muzikanten, tenminste, dat was tot en met de vorige editie zo. Dus Toronzo Cannon nà Duke Robillard, Earl Thomas vóór Chris Cain, dat werk.
Michelle Davis
Over de slotact van deze editie kan ik kort zijn, dat was helemaal niks, een totale miskleun van de organisatie. Niet dat Michelle Davis per se slecht is, ik heb haar eerder zien optreden in Rotown, dat was op zich oké, maar ze past domweg niet op een bluesavond als deze. En al helemaal niet als slotact, nota bene. Totaal misplaatst.

Behalve dat Davis en haar showband (bijna) niks met blues heeft, ze speelt voornamelijk funk, is het ook een gemakzuchtige keuze. Davis is een halve Nederlander, zo vaak is ze op de Nederlandse podia te vinden. Moet kunnen, vind ik ook, maar als je haar graag wilt zien zijn er zat mogelijkheden, in Rotterdam, of waar dan ook in Nederland.

Ik kom voor gasten die nauwelijks in Europa te zien zijn, zoals vorig jaar, Earl Thomas en Chris Cain, of Guy King, die tot vorige week überhaupt nooit in Nederland was geweest, en zaterdagavond dus voor het eerst in Rotterdam. Speciale bluesconcerten van een uur, met bijzondere bluesartiesten, dat zou an evening with the blues moeten zijn.

Davis riep al na het eerste nummer, Shine a light, het enige beetje bluesy nummer dat ze in huis heeft, dat ze de blues helemaal zat was: enough is enough. Ze vond het hoog tijd voor some funk.
Jaja, een beter slotact kan de organisatie van een bluesfestijn zich niet wensen...

Enfin, ik heb het einde niet gehaald, ergerde me niet zozeer aan de funk van mevrouw Davis maar wel aan die irritante showband jochies die op dat podium stonden te doen alsof ze muzikanten zijn, wat een gênante vertoning, na al die ras bluesmuzikanten eerder die avond, met meer talent in hun pink dan die hele showband bij elkaar. 

vrijdag 22 maart 2019

Halfway Home by Morning


Het laatste album van Matt Andersen Halfway Home by Morning is vanaf vandaag te beluisteren op Spotify. Eerder druppelden al wat nummers van dat album binnen via debluesradio.com en Spotify. En natuurlijk via Matt Andersen zelf, tijdens zijn enige concert in Nederland; Free Man was zijn openingsnummer (ik won daarmee een weddenschap, maar ben nog niet uitbetaald), Something to Lose blijkt ook zonder Amy Helm erg goed te klinken (op Spotify staat het nummer met deze Amerikaanse zangeres), verder speelde hij ook Better than You Want , Been My Last en het al eerder door mij geroemde Quarter on the Ground (A Song For Uncle Joe). Gasoline hoorde ik al eens op debluesradio.com langs komen. Het is zijn beste album tot nu toe, luister zelf maar..
Halfway Home by Morning raakt een favoriet thema van Andersen dat hem al vaak heeft geïnspireerd: ver van huis, onderweg naar huis, denkend aan thuis - zoals She Comes Down of Home Sweet Home van het album Coal Mining Blues.

Ik begrijp nu ook waar Matt Andersen op doelde toen hij zei dat ie nog nooit met zoveel plezier aan een album had gewerkt; alle nummers van Halfway Home by Morning zijn live opgenomen in de Southern Ground studio in Nashville, Tennessee, dezelfde studio waar ook Neil Young, Emmylou Harris en Jerry Lee Lewis hun muziek hebben opgenomen. Andersen had een heel goede klik met de studiomedewerkers, de muzikanten en de studioruimte zelf, met de keuken als war room.
‘There really is nothing like listening back in the studio and everybody has the same smile on their face over what we’re hearing’ zegt Matt, ‘You can’t fake the vibe of musicians playing together, responding to the choices others are making in that moment.’
Helemaal waar natuurlijk, dat hoor je ook terug op dit album.
De albumhoes van Halfway Home by Morning deed me denken aan iets wat ik lang vergeten was, maar dat indertijd, begin jaren zeventig van de vorige eeuw, een enorme indruk op mij heeft gemaakt: de zonsopkomst tijdens een nachtelijke autorit over de Canadese highway 401 van Toronto, Ontario, naar het oosten, richting Montreal. De ochtendgloed, het licht dat je na een nacht rijden ziet, is uniek.

Matt Andersen is dan volgens de albumtitel nog maar halverwege, hij woont immers in New Brunswick. De jongens die mij een lift gaven wilden nog iets verder weg, naar Nova Scotia.
Verder kun je niet, of je moet de veerboot nemen naar Newfoundland. Achteraf begreep ik pas waarom, ze wilden zover mogelijk weg, die gasten die mij die nacht in Toronto hebben opgepikt, ik lag op een pleintje ergens in een buitenwijk van Toronto op een bank te slapen, om de volgende morgen verder te  liften, hitchhiking was heel normaal in die tijd. Maar zij stopten ongevraagd, dat was bijzonder.

Uren later begreep ik waarom, ze hadden een ‘betrouwbaar’ gezicht nodig (dwz betrouwbaarder dan zij, wat niet zo moeilijk was) om zonder veel vragen van pompbedienden en in de talloze ontbijtzaken langs de weg de gestolen bank- en tankpassen te kunnen gebruiken; ook de auto waar we in reden bleek gestolen en werd op de klassieke dievenmanier gestart, door met twee draadjes contact te maken. Pas bij de eerste stop had ik het door.

Ik was bij het afrekenen wel een beetje nerveus, ik had als Hollandse jongen begin jaren zeventig nog nooit een tankpas gezien, laat staan een bankpas, dat moest hier nog allemaal worden uitgevonden, ik kreeg mijn loon elke week contant, in een bruine envelop..
Met een rap aangeleerd achteloos gebaar overhandigde ik vervolgens bij elke tankstop en hamburger ontbijttent een willekeurige pas, en zette een krabbel, meer was niet nodig.
Ik herinner me een pompbediende die het niet vertrouwde, dat wil zeggen, pas toen hij de jongens zag waar ik bij in de auto stapte, trok hij een diepe frons en keek mij indringend aan. Ik zwaaide hem vriendelijk toe en wenste hem een goeie morgen.

Bij het eerste licht, tijdens die prachtige zonsopgang aan de oostelijke Canadese lucht, die ik dankzij de albumhoes van Halfway Home by Morning nu weer voor de geest kan halen, zag ik de jongens pas goed. En inderdaad, ze zagen er uit, totaal cliché, als twee ordinaire dieven er in stripverhalen uitzien, ongewassen, onder de hoofdluis, ik had op de achterbank goed zicht op hun schedels, hun kleren stijf van het vuil, de schoenen versleten. Wat moesten die in een dure auto? Nou gewoon, naar Nova Scotia, dus.

Enfin, ik was al meer dan halfway home, by morning, liet me bij een bushalte in Montreal afzetten en wenste ze een goeie reis.







donderdag 21 maart 2019

Matt Andersen in Tivoli, Utrecht


In oktober 2014 trad de Canadese zanger en gitarist Matt Andersen op in een buurthuis, hier in het Rotterdamse Vreewijk. Een paar dagen daarvoor had ik hem voor het eerst zien spelen in sociëteit Engels, in Den Haag. Die club bestaat niet meer, en ook dat buurthuis is gestopt met de muziekprogrammering. Maar die vijf jaar lijken in meer opzichten een eeuwigheid geleden. Andersen is sinds hij van boekingsagent is gewisseld, niet meer in het buurthuis circuit te zien, hij maakt hooguit, als het zo uitkomt, een uitzondering voor café de Amer in Amen, Drenthe, vanwege de gehaktballen aldaar, in de pauze.
Matt Andersen, 20 maart 2019, Tivoli Utrecht
Gisteravond stond Matt Andersen in zijn eentje in de grote zaal van Tivoli Vredenburg. ‘Sorry jongens, er was geen andere zaal in Nederland om jullie allemaal een plaats te geven’ zei Andersen grijnzend, hij bedoelde natuurlijk dat zijn agent had gezocht naar een strategische plek om alle Nederlandse en Belgische fans van Matt Andersen op één avond te kunnen bedienen. Of dat gelukt is weet ik niet, de zaal was redelijk gevuld maar lang niet uitverkocht.
Beter zo, alle fans naar Utrecht laten komen, dan een week lang toeren langs de middenzalen, moet de  agent ongetwijfeld hebben gedacht. Meer ruimte was er ook niet bij deze strak georganiseerde Europese tour; eergisteren de eerste show in Keulen, gisteren Rotterdam, vandaag naar Engeland, eind van de maand terug naar Canada en de VS. Andersen is groot geworden.

Het maakt hem ook allemaal niet uit, van het podiumpje in Vreewijk naar de grote zalen van het Europese circuit, zoals van Tivoli- voor hem is het maar een kleine stap, ik zag hem al in 2015 in Fredericton, New Brunswick, tijdens het Harvest Blues Festival in een enorme tent voor groot publiek optreden, hij kan de grote zalen makkelijk in zijn eentje aan.
Wat wel is veranderd, behalve zijn onrustbarend toegenomen overgewicht, wij maken ons daar ernstig zorgen over, hij kan al bijna niet meer lopen, enfin, het gaat me om iets anders, zijn handelswaar: dat is zijn geweldige stem en ongelofelijk stembereik dat hij de laatste tijd steeds meer inzet als tweede instrument, naast zijn virtuoze gitaarspel dat hij tot een ongelofelijk niveau heeft ontwikkeld. 

Vroeger speelde hij liedjes, als een jukebox, soms waren dat bluesnummers, maar hij bracht ze als liedjes, op cd of live, het klonk even goed, dat wel, maar met altijd met eenzelfde strak begin, midden en eind, zelfs de tekst intro’s waren vaak hetzelfde.

Nu speelt Andersen zijn nummers met inzet van zijn hele fysiek, stem, ritme, bereik, gitaarspel, als een soort gigantisch bluesmonster, inclusief wild wapperende haardos, wilder dan animal van de muppets ooit is geweest, zo speelt Andersen nu de blues. Dat maakt zijn live muziek uniek, en anders dan op zijn albums. Ook al speelt ie morgenavond precies zo, het zal nooit hetzelfde zijn, maar van de zaal afhangen, van hemzelf, de temperatuur, de sfeer. Ik ben er van overtuigd dat je alleen met die instelling de blues kunt spelen..
Veel nummers gisterenavond van zijn allernieuwste album Halfway Home by Morning waar hij naar eigen zeggen met ongelofelijk veel plezier aan heeft gewerkt. Oké, maar meer verrassend was de toevoeging dat dat plezier bij het maken van eerdere albums wel eens een stuk minder is geweest. Huh? Misschien dat Andersen dat werk afzet tegen wat hij nu maakt, hoe hij zich nu voelt, namelijk hartstikke goed, denk ik, dat hoor je in al zijn nieuwe nummers terug, die hij letterlijk op zijn lijf heeft geschreven. Daarom voelt ie zich zo op zijn gemak, denk ik. 
Je ziet Andersen genieten dat hij in zijn eentje zo’n gigantische zaal met zijn stem en gitaar naar zijn hand kan zetten, soms fluisterzacht, bijna minimalistisch, soms loeiend hartverscheurend hard, ver van de microfoon, of met alleen de onversterkte stem en een flinterdun plukje gitaar, zoals in de toegift Quarter On The Ground (A Song For Uncle Joe), prachtig, hij kreeg de zaal werkelijk doodstil, gisteravond, maar netzogoed wild enthousiast, luid klappend, fluitend en joelend. Een prachtig mooi optreden.