woensdag 7 november 2018

Fantastic Negrito in Bitterzoet


Afgelopen maandag ging ik naar een concert in Bitterzoet, Amsterdam. Ik was er nog nooit geweest, en dat had beter zo kunnen blijven. Het zaaltje, gevestigd in de kelder van het voormalige Werktheater aan de Spuistraat, schuin tegenover de voormalige regieopleiding van de Amsterdamse theaterschool, is alleen via een paar sluip-door-kruip gangetjes en trappen te bereiken.  

Eenmaal binnen staan daar drie tot vierhonderd jongeren opeengepakt, het benauwde hok is afgeladen stampend vol, voller dan een Japanse metro tijdens het spitsuur in Tokyo, maar dat maakt die kinderen om mij heen niet uit, ze dansen, springen, staan op mijn tenen, tegen elkaar te schreeuwen, zwaaiend met hun armen, het bier klotst uit de glazen, over mij heen, ze rammen hun ellebogen in mijn maag, ik ben er niet, voor hen, ik ben blijkbaar één geworden met de paal waar ik tegen aan word gedrukt. Het is een van de meest hachelijke, angstaanjagende en traumatische concertbezoeken die ik ooit heb meegemaakt. Dat ik hoogtevrees heb wist ik, maar ik blijk ook claustrofobisch, dat is even schrikken.

Ik klaag niet, natuurlijk, ik had ook weg kunnen lopen, dat wil zeggen, mij door de meute heen naar buiten proberen te persen, wat ik uiteindelijk ook deed, ik heb het einde van het concert niet gehaald, maar Bitterzoet is overduidelijk niet voor types als ik, die komen om naar muziek te luisteren. Dit poppodium is bedoeld voor hippe jongeren die zich heel graag vrijwillig laten opeen pakken om te genieten van zichzelf en hun hippe vrienden, terwijl er ondertussen wat hippe muziek wordt gespeeld. Ik heb daar niks te zoeken, ik ben van de vorige eeuw, alles aan mij is net zo voorheen en voormalig als het werktheater of de regieopleiding, het enige verschil is dat ik nog leef en zo stom ben om op een maandagavond naar Bitterzoet in Amsterdam af te reizen.

Dat ik niet meteen naar buiten ben gevlucht is te danken aan de artiest van dienst, Fantastic Negrito. Die naam klinkt als een figuur uit een tekenfilm, het is de artiestennaam van Xavier Amin Dphrepaulezz, een vijftigjarige Afro Amerikaanse blues en soul muzikant van Somalische afkomst, achtste zoon uit een gezin van vijftien, uit in Oakland, Californië.

Fantastic Negrito volg ik al een jaar of wat op twitter, het zijn vaak vrolijke tweets, maar ik ben nooit iemand tegengekomen die van hem heeft gehoord, dus toen ik vertelde waar ik maandag naar toe ging, omschreef ik hem als een punkneger uit Oakland, hoewel het dan eigenlijk punk-zwartje zou moeten zijn, want dat betekent negrito letterlijk.

Xavier Amin Dphrepaulezz is er blijkbaar vaak genoeg voor uitgescholden, hij gebruikt deze spaans-portugese racistische aanduiding als geuzennaam, en om witte mensen, zoals ik, een ongemakkelijk gevoel te geven: ‘you are not black enough’. Negrito houdt ervan om het de mensen ongemakkelijk te maken, het publiek kreeg er maandag vaak genoeg van langs, het enige wat hij van ons land wel oké zegt te vinden is your fucking herring.

Zijn laatste album Please Don’t Be Dead uit juni 2018 dat hij maandag zo’n beetje integraal heeft gespeeld, is behoorlijk toegankelijk. Met als hoogtepunt wellicht Bullshit Anthem met de fijne tekst Take that bullshit, turn it into good shit. Bij gelegenheid heeft Fantastic Negrito die zin ook op een rode pet laten zetten, ongetwijfeld als commentaar op die andere rooie pet, waar de Fat Nixon aanhangers mee rondlopen, maar zelden een afro amerikaan, zelfs Kanye is er alweer van teruggekomen. Bij Negrito slaat het vooral op zijn positieve blik op de wereld en op zijn eigen leven, hij weet hoe het is om bijna dood te zijn, Negrito heeft de gevolgen weten te overwinnen van een zwaar verkeersongeluk waarbij hij na drie weken coma wakker werd met een speelhand die het niet meer deed, althans, dat zei de verpleegster. Maar hij heeft die hand weer aan de praat gekregen, Negrito vertelt het verhaal met veel gevoel voor drama, als intro van Bullshit Anthem. Ook zijn versie van de Amerikaanse blues klassieker In the Pines is erg goed (aka Where did you sleep last night). Soms klinkt hij net als Prince, hij heeft dezelfde hoge uithalen. 

Aan de muziek van Fantastic Negrito ligt het niet, en hij heeft een bijzondere, behoorlijk onvoorspelbare presentatie, op dat kleine podium, maar tering, wat was ik blij toen ik weer buiten stond.  

Fantastic Negrito hoort in Paradiso te staan, dan kan iedereen adem halen, en niet in Bitterzoet, dat is een veel te klein kutfiliaal, fuck it.

zondag 4 november 2018

Beth Hart in TivoliVredenburg


Voor de tweede keer in een jaar tijd was ik in de gelegenheid een concert mee te maken van blues fenomeen Beth Hart. In Parijs zag ik haar met haar driemansband, bij het concert in Utrecht, aangekondigd als een solo optreden, werd ze voor een groot deel van de nummers begeleid door gitarist Jon Nichols, met wie ze naar eigen zeggen al haar halve leven lief en leed deelt, muzikaal en persoonlijk, ze riep iets over een mislukte liefdesrelatie, maar daar verstond ik de helft niet van. 

Beth Hart in Tivoli

TivoliVredenburg mag dan verbouwd zijn, in de nok van de grote zaal is niks veranderd, ik zat daar verschrikkelijk slecht, totaal geen beenruimte, nog minder dan in een vliegtuig van Transavia, en het geluid is daar bovenin ook niet al te best. Hart kletste er behoorlijk op los, daar heb ik dus weinig van meegekregen. Muzikaal was het allemaal prima, tot ergens richting het einde de lage tonen begonnen door te dreunen en het geluid tamelijk gruizig werd, jammer.
Enfin, ik klaag meer dan me lief is, het was ondanks die beroerde omstandigheden een mooie avond, Beth Hart is een fantastische muzikant, een tof wijf met prachtige liedjes en een fantastische stem. In Parijs had ze al verteld dat ze in de heer was, in Utrecht werd dat nog eens bevestigd, door wat ze zei (dacht ik te hebben verstaan) tijdens de intro’s van  nummers als Bottle of Jesus, Chocolate Jesus, en het bekende St Theresa dat ze in Parijs ook al solo zong, alleen op het podium, zichzelf op de piano begeleidend. 
Haar echtgenoot Scott, waar ze elk concert wel een verhaal of opmerking over heeft, was er ook in Utrecht niet bij, maar wel in de intro van Jealousy waarin ze zichzelf mooi te kijk zet als hyperhysterisch jaloers kreng (als Scott uit het raam van de auto keek, op zoek naar een winkel ofzo, riep ze al naar wie kijk je, wie loopt daar) (dacht ik te hebben verstaan).
En een ander, voor mij nieuw fenomeen deed zich voor, een paar keer zelfs, Beth Hart die, inmiddels al een paar jaar van de drank af, haar tekst kwijt is, en tamelijk serieus kwijt, ze wist het echt niet meer. Chocolate Jesus moest opnieuw ingezet, met dank aan Jon Nichols, maar die was al in de coulissen toen Beth Hart tijdens haar laatste toegift tot tweemaal toe afhaakte bij Leave the Light on, nota bene een van haar allergrootste hits, ze speelt dat nummer elke week tien keer ofzo, jaar in jaar uit (ze schreef het in 2003). 
En toch vergeef je het haar onmiddellijk, door hoe ze met zo’n blackout omgaat (kan iemand in de zaal me helpen? Of even op z'n telefoon kijken hoe dat liedje verder gaat?) en ook door de sympathie en krediet die ze tijdens het concert heeft opgebouwd, ze legt haar hele ziel en zaligheid in haar optreden waardoor wij, het publiek, het gevoel krijgen getuige te zijn van iets unieks, een concert speciaal voor ons. Terwijl ze de volgende dag in Basel, Zwitserland, dat kunstje natuurlijk gewoon weer herhaalt. Maakt me niet uit, ik ben er de volgende keer weer graag bij.

zaterdag 3 november 2018

Kirk Fletcher in LantarenVenster


Volgens Joe Bonamassa is Kirk Fletcher een van ’s werelds beste blues gitaristen, en Bonamassa kan het weten, hij is zelf misschien wel de allerbeste. Fletcher speelde een tijd in de band van Bonamassa, vandaar dat die elkaar goed kennen. Maar hij heeft gelijk, ik had gisteren in LantarenVenster werkelijk een top avond.
 Kirk Fletcher in LantarenVenster
Fletcher trad een afgemeten anderhalf uur op, maar wat een optreden, schitterende nummers, prachtige blues, en wat een uitstraling heeft die man. Hij is relaxed, hij is cool, speelt de sterren van de hemel en blijft het hele optreden zichtbaar plezier hebben, lacht veel en hard. Hij wordt begeleid door Matt Brown, een fantastische drummer en Stevie Watts op Hammond orgel (uiteraard mèt Lesliebox!). 
Stevie Watts op Hammond (met rechts de Lesliebox)
Matt Brown
Beiden doen ook mee op Fletchers laatste album, Hold On, dat ze gisteravond bijna volledig hebben gespeeld. Een zo te horen steengoed album dat ik, sorry Fletcher, luister via Spotify.
Maar Fletcher is lang zo armlastig niet als zijn leeftijdgenoot en collega blues gitarist Steve Hill die ik een dag eerder zag optreden. Vergelijken gaat niet, daarvoor zijn de twee teveel verschillend, in stijl, aanpak, soort blues, en Fletcher heeft zijn gewicht mee, hij is zeker honderd kilo zwaarder dan Hill.
Enfin, ik zag Kirk Fletcher voor het eerst, kende zijn muziek niet, maar ook op deze avond heeft een ijzersterk, prachtig optreden mij overtuigd, Kirk Fletcher heeft er een fan bij. De volgende keer dat ik zijn naam ergens op een festival affiche zie staan, ga ik er heen. Vorig jaar speelde hij op Moulin Blues, die heb ik dus gemist, besloot thuis te blijven. Niet meer doen, als je de kans hebt Kirk Fletcher te zien optreden, ga er heen.
 Stackhouse in LantarenVenster
Stackhouse, een Nederlandse blues band, bleek een verrassend goeie supporting act, reden waarom ik toch altijd wel op tijd wil komen, je weet maar nooit, en ook deze keer was het de moeite waard (Judy Blank was ook zo’n verrassing, een paar weken geleden). Vanaf de allereerste seconde aanstekelijke Chicago blues, met een prima zanger, met mondharmonica, twee gitaristen, een basgitaar en een piepjonge drummer.


Een heerlijke blues band die perfect ook in blues sociëteit l’Esprit zou passen, riep ik gisteravond, maar daar zijn ze dus al geweest.